Gezocht: een passende bestemming voor een bijzondere plafondschildering

Een bijzonder verzoek bereikte Ars Decora vanuit Rotterdam. Of wij eens wilden komen kijken naar een plafondschildering. afkomstig uit een tientallen jaren geleden gesloopt woonhuis aan de Singel 66 in Schiedam. Dit woonhuis van omstreeks 1880, werd eertijds bewoond door Henricus van Gent (1845-1922), directeur van de Schiedamse distilleerderij Fa. J.H. van Gent.


Het pand beschikte onder meer over een lift die met de hand bediend werd. De bijbehorende tuin was maar liefst 50 meter diep. Waarschijnlijk omstreeks 1890/1900 liet Van Gent een plafondstuk vervaardigden voor de salon, met een naturalistische voorstelling van bladeren. De voorstelling preludeert op de Art Nouveau. De 'op huiden gebouwde' woning begon scheef te zakken na het dempen van de singel. Het had de naam het meest scheef gezakte huis van Schiedam te zijn.

De toenmalige bewoner, beeldend kunstenaar Paul Beckman (1946-2000), heeft zich altijd beijverd voor het in goede staat houden van het plafondstuk. Toen het pand uiteindelijk gesloopt werd, heeft beeldend kunstenaar Harry Sengers (1948-2015) de schildering er uit gehaald, dit om te voorkomen dat het vernietigd zou worden. Sengers gebruikte het doek tijdens zijn solotentoonstelling 'Harmonische golven' in 1999 in TENT. Rotterdam.

Het doek is uit de losse hand gedecoreerd met kastanje- en druivenbladeren/trossen op een tweekleurig fond. Daarmee werd de illusie van leven in het groen gecreëerd. Het plafondstuk kent een eenvoudige geometrische opzet met een cirkelvormig middenveld en vier kwartronde hoekstukken. Het is niet bekend wie de decoratieschilder geweest is. Het doek oogt enigszins smoezelig en verdient een goede ‘schoonmaakbeurt’. Op één plek bevindt zich een circa 10 centimeter brede scheur, die volgens onze restaurateur betrekkelijk eenvoudig gerepareerd kan worden. Zo’n kleine beschadiging is niet zo vreemd voor een doek van ongeveer 120 jaar oud.


De schildering is op de correcte manier (met de voorstelling aan de buitenzijde) opgerold en opgehangen in het atelier dat als onderkomen dient. Op de foto’s oogt het vervuilde doek enigszins saai. Wie het in werkelijkheid aanschouwt heeft, raakt onmiddellijk onder de bekoring van dit 3.70 meter brede en circa 5 meter lange doek.

Graag komt de eigenaresse in contact met serieuze belangstellenden, die dit plafondstuk een tweede leven willen geven. Gelieve ons een mail te sturen als u interesse heeft.

Wanted: a suitable destination for a remarkable ceiling painting

A special request reached Ars Decora from Rotterdam. Whether we wanted to come and look at a ceiling painting. coming from a house that was demolished decades ago at the Singel 66 in Schiedam. This house from about 1880, was once inhabited by Henricus van Gent (1845-1922), director of the Schiedam distillery firm ‘J.H. van Gent’.

The property had, among other things, a lift that was operated by hand. The corresponding garden was no less than 50 meters deep. Probably around 1890/1900, Van Gent had a ceiling decoration made for the drawing room, with a naturalistic representation of leaves. The performance predates at Art Nouveau. The house, built 'on skins', began to collapse, after damping of the girth. It had the reputation to be the most skewed house in Schiedam.

The then resident, visual artist Paul Beckman (1946-2000), has always endeavored to keep the ceiling piece in good condition. When the building was eventually demolished, visual artist Harry Sengers (1948-2015) removed the painting, to prevent it from being destroyed. Sengers used the canvas during his solo exhibition 'Harmonic Waves' in 1999 in TENT. Rotterdam.

The canvas is hand-decorated with chestnut and grape leaves / bunches on a two-colored background. This created the illusion of living in green. The ceiling piece has a simple geometric design with a circular midfield and four quarter round corner pieces. It is not known who the decorative painter has been. The canvas looks slightly grimy and deserves a good 'cleaning'. In one place the canvas has a roughly 10 centimeter wide crack which, according to our restorer, can be repaired relatively easily. Such a small damage is not so strange for a canvas of about 120 years old.

The painting has been rolled up in the correct manner (with the image on the outside) and hung in the studio that serves as a shelter. The dirty cloth looks a bit dull in the photos. Whoever sees it in reality immediately falls under the charm of this 3.70 meter wide and approximately 5 meter long canvas.

The owner would like to get in touch with serious interested parties, who want to give this ceiling piece a second life. Please send us an e-mail in case you are interested.

Op bezoek in villa Rams Woerthe

Op bezoek in de laat-19e eeuwse villa Rams Woerthe in Steenwijk, trof ons de overeenkomst tussen twee haardstukjes met putti, en de brunaille met slapende putti die Ars Decora in collectie heeft. Oordeelt u zelf! Het laat ook zien dat, wat wij geïdentificeerd hebben als bovendeurstuk, ook best een haardstuk kan zijn geweest. In elk geval een fraai voorbeeld van welke plek een dergelijk stuk historisch gezien innam in een interieur. Wat niet wegneemt dat deze brunaille in zijn fraaie originele lijst ook aan een moderner interieur een geheel eigen lading kan geven.

     

     

The discovery of Pompeii

After the discovery of Pompeii and Herculaneum at the beginning of the eighteenth century, a new type of fashion emerged in interior decoration: creating an interior exactly like the wealthy Romans did. A beautiful nineteenth-century example is the palace of Charlottenhof in German Potsdam near Berlin. The portico and one room in this intimate palace where executed with a type of frieze including dancing Pompeian nymphs. By this model we discovered how the Pompeian paintings in the Ars Decora collection can be applied. And by this we realised how unique these paintings on paper are. 


Another fine example of the application of Pompeian decoration is te be seen in one of the most authentic late eigtheenth century rooms in the Netherlands: the so-called ‘Stadhouderskamer’. This room formerly belonged to the last Dutch Stadtholder Prince William V (1748-1806). He resided in his palace at the Binnenhof in the Hague until 1795, when he was forced to leave as a consequence of the French invasion.
The ‘Stadhouderskamer’, which is nowadays part of the Houses of Parliament, was decorated in Pompeian style by the Belgian painter Antoine Plateau (1759-1815). Around 1790 Plateau painted the walls with allegorical scenes. The ceiling was decorated with geometrical patterns. Even the doors were decorated with Pompeian dancing nymphs. Only a few years ago the beautiful paintings could be attributed to Antoine Plateau, by the interior historians dr. Eloy Koldeweij and prof. dr. Anna Bergmans.
The ‘Stadhouderskamer’ is used as a conference room during the formation of a new government in the Netherlands. Al least once a year you can visit this precious room during the socalled ‘Monumentendagen’ (which are normally held in September each year).


Willy Martens, outstanding decorator and portrait painter

The Dutch painter Willy Martens (1856-1927) is well known by his decorative paintings in the Van Gijn Museum in Dordrecht and the Royal Archives (a building on the premises of the Noordeinde Palace in the Hague which the King uses as his workoffice).

The decoration of the ceiling and walls of the dining room in Dordrecht, was commissioned in 1886 by the wealthy banker and art collector Simon van Gijn (1836-1922). Martens painted the so called imitation gobelins with pre-historical scenes, during a vacation. He was living in Paris then, as a portrait painter. In Paris Martens had been a pupil of the famous painter of historical scenes Fernand Cormon (1845-1924), and the portrait painter Léon Bonnat (1833-1922).

The Dutch Queen Wilhelmina held Martens in high esteem. The portrait painting he made of her, was very dear to her. As a portrait painter Martens belongs to the so-called naturalistic school. Several Dutch Museums have portrait paintings by Martens in their collection. His outstanding qualities as a painter can be seen on the portrait he made of the banker and art collector Daniël Franken (1838-1898) which nowadays belongs to the collection of the Amsterdam Rijksmuseum. Ars Decora offers a portrait of a Dutch aristocratic lady, mrs Gretha Eschauzier.

Daniel Franken, bankier en kunstverzamelaar - Willy Martensa lady admiring a fan - Willy MartensRoyal Dutch Archives in the Hague
Tenderness - Willy MartensDecorative paintings in the former dining room of Simon van Gijn - Willy Martens
Dutch Queen Wilhelmina - Willy MartensTwo kids and a goat at the farm - Willy Martens

Een koninklijk paradijs in Dordrecht

Op zaterdag 18 februari opent koningin Máxima de tentoonstelling ‘Een koninklijk Paradijs – Aert Schouman en de verbeelding van de natuur’ in het Dordrechts Museum. Aert Schouman (1710-1792) was één van onze beste achttiende-eeuwse kunstenaars. Hij maakte prachtige vogeltekeningen, beschilderde waaiers, graveerde glazen en penseelde kamerbehangsels. Op de tentoonstelling in Dordrecht wordt een volledige kamerbeschildering getoond uit Paleis Huis ten Bosch. Dit is mogelijk omdat Huis ten Bosch momenteel gereed gemaakt wordt voor de nieuwe koninklijke bewoners. Ook wordt op de tentoonstelling een kamerbehangsel getoond van Schouman ‘Il pastor fido’ (de trouwe herder) uit 1740. Dit sierde tot 1899 de achterkamer van het monumentale pand aan de Voorstraat 125 in Dordrecht. Het Dordrechts Museum wist dit onlangs te verwerven uit particulier Engels bezit. Voorwaar het wordt een prachtige tentoonstelling voor liefhebbers van (decoratieve interieur) kunst!


Bovendeurstukken - een decoratieve traditie

De foto rechts toont een bovendeurstuk in een deel van de oorspronkelijke interieurbetimmering. Het doek moet nog worden gereinigd, daarom bieden we u dit nog niet in de catalogus ter verkoop aan. Het is echter exemplarisch voor dit soort decoratieve werken, vandaar dat we het u toch graag laten zien. Ars Decora biedt drie andere bovendeurstukken ter verkoop aan, een brunaille met twee slapende bacchanten (zie de foto hieronder, en klik hier voor meer informatie), een andere brunaille met een verbeelding van Venus en Adonis (klik hier) en een pastoraal tafereel in de stijl van Van Strij (klik hier).

Bovendeurstukken staan in een lange traditie. Vanaf de zeventiende- tot en met het eerste kwart van de twintigste eeuw werden voorname vertrekken in wooninterieurs gedecoreerd met bovendeurstukken, bijna altijd in samenhang met een haard- cq. schouwstuk en/of een plafondstuk. In Nederland bereikte de interieurschilderkunst een hoogtepunt in de achttiende eeuw. Representatieve vertrekken in patriciërshuizen, kastelen (en koninklijke paleizen) werden opgeluisterd met decoratieve schilderingen en wandbehangsels. Daarbij werd gestreefd naar samenhang tussen de betimmering, de meubilering en de stoffering van het vertrek al dan niet onder regie van architect of décorateur.

Beroemd zijn de zogenaamde ‘witjes’ die vernoemd zijn naar één van de belangrijkste Nederlandse interieurschilders Jacob de Wit (1695-1754). Dergelijke schilderingen noemt met ook wel ‘grauwtjes’(vanwege de grijstint) of ‘grisailles’. Het was de kunst om met een grisaille de beeldhouwer naar de kroon te steken door het schilderen van ‘trompe-l’oeils’ (gezichtsbedrog). De beschouwer moest de indruk krijgen met beeldhouwwerk van doen te hebben.

Vanaf ongeveer 1770 treedt er een versobering in van de interieurdecoratie. Als gevolg van de politieke situatie (Franse Revolutie) en de daarmee gepaard gaande economische neergang zet deze versobering zich door. Bovendien worden door de Industriële Revolutie nieuwe machinaal vervaardigde producten op de markt gebracht, zoals bijvoorbeeld het gedrukte papieren behang of de oleografie. Geschilderde decoraties worden daarmee letterlijk uit de markt gedrukt.

Vaak werden op figuratieve interieurschilderingen zogenaamde putti afgebeeld. Deze mollige kinderfiguurtjes verbeeldden vrijwel altijd een allegorie, zij het dat de symboliek in de loop der tijden steeds minder belangrijk werd. Putti treft men al in de oudheid en via onder meer Titiaan en Rubens hebben zij hun weg gevonden naar het Nederlandse interieur. Veel van deze interieurstukken zijn niet meer ter plekke aanwezig. Het waren roerende zaken die in het beste geval geveild werden wanneer ze niet meer voldeden aan de heersende interieurmode.

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw is er sprake van een wederopleving van de decoratieve schilderkunst in het interieur. Het waren vooral gegoede burgers zoals reders, bankiers, advocaten en kooplieden die hun huizen lieten verfraaien met interieurschilderingen. Ze spiegelden zich daarbij aan wat aan het hof gebruikelijk was. Omstreeks 1910 zet de neergang in met de verzakelijking van de bouwkunst.

Naast de genoemde bovendeurstukken biedt Ars Decora haardstukken aan van Callot en een plafondstuk van Fabri.

Haal de Trêveszaal in huis!

Vorig weekend op de Dag van de Grondwet ook vergeefs in de rij gestaan om de Trêveszaal te mogen bekijken? Helaas, de belangstelling voor dit soort ruimtes van grote (kunst)historische waarde is zo groot dat niet iedereen aan de beurt kan komen. Maar Ars Decora heeft voor u een groot formaat gravure van de zaal, gemaakt door de ontwerper/decorateur zelf: Daniel Marot. De gravure stamt uit de 17e eeuw, is in topstaat en maar liefst 70 centimeter breed. Zie hier voor meer informatie over deze prent!